Hoe deden de peilers het bij de verkiezingen?

Op 15 maart 2017 waren er verkiezingen voor de Tweede Kamer. Daaraan vooraf ging een lange verkiezingscampagne. En er werd veel gepeild. De zes belangrijkste peilers waren I&O Research, Kantar Public, het LISS-Panel, Peil, de Politieke Barometer en De Stemming. Hoe brachten zijn het er af? Niet slecht. Maar toch waren er een paar missers.

De tabel hieronder bevat de uitslag van de verkiezigenen de laatste peilingen van de zes peilers (in zetels). Die peilingen een of twee dagen voor de verkiezingen gepubliceerd. De rode cellen geven prognoses aan die op zijn minst vier zetels afweken van de werkelijke uitslag. Die afwijkingen kunnen je niet toeschrijven aan onzekerheidsmarges van de steekproef. Er is sprake van ‘echte’ afwijkingen.

Het is vooral misgegaan bij de VVD. Alle peilers gaven te weinig zetels aan de VVD. Het LISS-Panel en De Stemming zaten er maar liefst negen zetels naast. I&O Research, Kantar Public en Peil zaten er met zes zetels ook nog behoorlijk naast. Bij de PVV zat I&O Research te laag. Peil en de Stemming zaten te hoog. Drie peilers, I&O Research, het LISS-Panel en Peil kwamen met te hoge schattingen voor GroenLinks.

Je kunt je afvragen waarom het bij de prognose voor de VVD bij alle peilers mis ging. Er zijn minstens drie mogelijke oorzaken. In de eerste plaats kunnen de steekproeven van de peilers niet representatief zijn geweest. Dit was bijvoorbeeld ook het geval bij de Engelse parlementsverkiezingen in 2015. In de tweede plaats kunnen de Turkse troebelen in Rotterdam een rol hebben gespeeld. Waardering voor het kordate optreden van premier Mark Rutte kan zijn vertaald in meer stemmen voor de VVD. In de derde plaats was de opkomst bij deze verkiezingen hoger dan de vorige keer (81,4% tegen 74,6%). Misschien hebben die nieuwe stemmers wel vooral op de VVD gestemd.

De onderste regel in bovenstaande tabel geeft aan hoeveel aan peiling afwijkt van de werkelijke uitslag. Het getal geeft aan hoeveel zetels bij een verkeerde partij zijn terecht gekomen. Op grond van dit criterium is de Politieke Barometer de beste. Die peiling zat er ‘maar’ 16 zetels naast. De Stemming in het LISS panel zaten er het meest naast: maar liefst 30 zetels. De slechte prestaties van het LISS-Panel zijn opvallend. Deze peiling is de enige die gebaseerd is op een netje gelote steekproef. Dat zou moeten leiden dat een representatieve peiling. Aan de andere kant was de vraagstelling van deze peiling heel anders. Respondenten moesten in de vorm van een percentage aangeven of ze gingen stemmen. En ook moesten ze voorkeuren voor partijen in de vorm van percentages aangeven.

Deden de peilers het bij deze verkiezingen beter dan bij de vorige verkiezingen in 2012? Dat lijkt niet het geval te zijn. De grafiek hieronder toont de afwijkingen van alle peilers in 2017 (blauw) en 2012 (rood). Er is één peiling beter dan de vorige keer: de Politieke Barometer met een afwijking van 16. Maar twee peilingen doen het slechter: De Stemming en het LISS Panel, beide met een afwijking van 30.

Het zou mooi zijn als de peilers met een verklaring voor de afwijkingen konden komen. Het kan heel informatief zijn om een napeiling te doen. Dat is een peiling die na de verkiezingen wordt gehouden en die terugvraagt naar het stemgedrag bij de verkiezingen. Hopelijk zijn er napeilingen gedaan en worden de uitkomsten daarvan bekend gemaakt.