Hoe breng je het referendum goed in beeld?

Op 21 maart 2018 waren er gemeenteraadsverkiezingen. Tegelijk daarmee was er ook een referendum over de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. De toch wel wat verrassende uitslag was dat een meerderheid van 49,4 procent tegen de nieuwe wet was en een minderheid van 46,6 procent voor. Diverse media gebruikten grafieken om die uitslag in beeld te brengen. Soms deden deze dat in de vorm van een thematische kaart, zoals die van LocalFocus. Voor elke gemeente is aangegeven of die in meerderheid voor (blauw) of tegen (rood) de wet was. Dit is echter niet de beste manier om een goed beeld van de uitslag te krijgen.

Wat onmiddellijk opvalt is dat het noorden helemaal rood is. Groningen en een groot deel van Friesland en Drenthe waren dus tegen de wet. In de rest van Nederland lijkt blauw (voor) te overheersen. Velen bekijkers van deze kaart zullen de indruk krijgen dat er meer voor- dan tegenstanders zijn. Dit is niet juist. Het probleem wordt veroorzaakt door een verschijnsel dat ‘area bias’ heet: de oppervlakte van elk gebied correspondeert niet met de waarde van het verschijnsel dat we in beeld proberen te brengen.

De kaart hierboven noemen we een choropleet. De naam is een combinatie van de Griekse woorden choros (gebied) en plethos (waarde). Een choropleet is een kaart waarin alle gebieden een kleur krijgen. De kleur van een gebied correspondeert met de waarde van een variabele in dat gebied. In dit voorbeeld zijn er maar twee mogelijke waarden: voor (blauw) en tegen (rood). Het probleem is dat de oppervlaktes van de gebieden niet corresponderen met de aantallen stemmers. De gemeenten in het noorden hebben een relatief grote oppervlakte, maar relatief weinig inwoners. Ze vallen erg op terwijl hun bijdrage aan de landelijke uitslag klein is.

Wat het verkeerde beeld nog verder versterkt, is dat alle grote steden tegen hebben gestemd, maar die hebben juist een kleine oppervlakte. Daardoor vallen al die tegenstemmers minder op. Kortom, de oppervlakte komt ook hier niet overeen met het aantal stemmers.

Het probleem van de area bias kunnen we niet eenvoudig oplossen. Voor enkele mogelijke oplossing kijken we naar de berichtgeving over de Amerikaanse presidentsverkiezingen. De eerste kaart hieronder is op dezelfde manier gemaakt als de kaart over het referendum. Hij toont de uitslag van de presidentsverkiezingen in 2012. Die werden ruimschoots gewonnen door Barack Obama (332 van de 538 kiesmannen). Mitt Romney moest het doen met slechts 206 kiesmannen. Dus een grote overwinning voor Obama. Maar zie je dat nu ook terug op de kaart? Zo op het oog lijkt het blauwe gebied niet groter dan het rode gebied. Het is misschien wel andersom.

Neem bijvoorbeeld de staat Montana (MT). Die ligt in het noordwesten. Montana heeft een grote oppervlakte. Dus is de staat groot op de kaart. Montana is echter maar dunbevolkt. Daarom heeft hij slechts drie kiesmannen. Vergelijk dat eens met de staat Massachusetts (MA) in het noordoosten. Dat is een erg kleine staat (qua oppervlakte), maar wel dichtbevolkt. Daarom heeft hij 11 kiesmannen. Zo krijgt het relatief onbelangrijke Montana een veel prominentere rol op de kaart dan het veel belangrijker Massachusetts.

Een manier om de choropleet te verbeteren, is het aanpassen van de gebieden. Je moet de oppervlaktes dan even groot maken als het weer te geven verschijnsel. Dat is hieronder gedaan. De oppervlakte van elke staat correspondeert nu met het aantal kiesmannen. Dus Montana is een stuk kleiner geworden (3 kiesmannen) en Massachusetts een stuk groter (11 kiesmannen). Het blauwe gebied is groter en het rode gebied kleiner. Een nadeel hiervan is dat we zo de geografische kaart van de VS aantasten. Maar daar ging het niet om. En alle staten zijn toch wel ongeveer terug te vinden.

Een andere aanpak van het probleem van de area bias is het niet helemaal meer inkleuren van de gebieden. In plaats daarvan plaatsen we een symbool In elke gebiedje. De grootte van de symbolen moet evenredig zijn met de omvang van het verschijnsel. In het voorbeeld hieronder hebben we hiervoor blokjes gebruikt. Je zou natuurlijk ook een ander symbool kunnen kiezen. Deze aanpak leidt er in ieder geval toe dat de verhoudingen beter worden weergegeven.

De conclusie is dat we voorzichtig moeten zijn met het gebruik van thematische kaarten, en in het bijzonder choropleten. Het gevaar bestaat dat als gevolg van area bias de bekijker van de grafiek een verkeerd beeld krijgt.

Reacties

  1. Paul Mouwes says:

    Hallo, u zegt dat in de eerste kaart blauw en rood staat voor een meerderheid van de ene of andere groep. Dat lijkt voor de hand te liggen, maar u vergeet dat de kiezer een derde keuze had: blanco. Gezien de uitslag op nationaal niveau is het best waarschijnlijk dat er gemeenten zijn waar noch voor, noch tegen een meerderheid haalde. Wat de kaart vermoedelijk weergeeft is de kleur van de grootste groep van de opgekomen kiezers. Het zou overigens best interessant zijn om alleen meerderheden in beeld te brengen.

Plaats een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn aangegeven met een *.

*