Goed vormgegeven grafieken over coronavaccins

Op dinsdag 25 januari 2022 was er weer een persconferentie van premier Mark Rutte en minister Ernst Kuipers over de stand van zaken met betrekking tot de coronapandemie. Tijdens de persconferentie toonden ze een grafiek (van het RIVM) met een overzicht van de vaccinaties. Velen waren het er over eens dat dit een duidelijke, goed vormgegeven grafiek was. Maar er zijn ook nog wel wat andere manieren om deze informatie in beeld te brengen.

De boodschap in de grafiek was dat vaccins nog steeds een hoge mate van bescherming bieden. Er liggen immers maar heel weinig patiënten met vaccinatie en booster in het ziekenhuis. Van de 100 poppetjes zijn er maar anderhalf groen (1,5%). De niet (volledig) gevaccineerden vormen de grootste groep in het ziekenhuis (de blauwe poppetjes).

Een andere manier om de informatie over de vaccinaties weer te geven is een samengesteld staafdiagram maken. Je tekent dan aparte staafdiagrammen voor Nederland en voor de patiënten in het ziekenhuis. Dat levert de onderstaande grafiek op.

De lengtes van de staven geven nu de percentages personen in de verschillende vaccinatiegroepen weer. Ook hier valt het weer op hoe groot de groene staaf (vaccinatie + booster) in Nederland is (56,5%) en hoe klein hij is in het ziekenhuis (1,5%). De grootste staaf in het ziekenhuis is duidelijk de blauwe staaf van de niet (volledig) gevaccineerden (55,5%).

In plaats van een samengesteld staafdiagram kun je ook een stapeldiagram maken. Dan zet je de staven in de grafiek niet naast elkaar maar stapel je ze op elkaar. Als je dat doet, krijg je de grafiek hieronder:

Ook hier kun je aflezen hoe Nederland en de patiënten in het ziekenhuis zijn samengesteld als je naar de verschillende vaccinatiegroepen kijkt. Ook hier vind je de mensen met een vaccinatie en booster vrijwel alleen in Nederland en niet in het ziekenhuis. De groep niet (volledig) gevaccineerd vind je vooral in het ziekenhuis.

De drie grafieken hierboven geven een goed beeld van de vaccinatiesituatie in het land. Maar merk wel op dat je niet alle informatie kunt terugvinden. Zo kun je, bijvoorbeeld, niet zien hoe groot de groep patiënten in het ziekenhuis is. En dus ook niet hoeveel kleiner deze groep is vergeleken met Nederland.

Het idee om poppetjes te gebruiken in grafieken is al heel oud. Een mooi voorbeeld kun je vinden in een boekje van de Leidse hoogleraar B.G. Escher (stiefbroer van de bekende graficus M.C. Escher). Hij schrijft in 1924 het boekje ‘De methodes der grafische voorstelling’. Daarin staat onderstaande grafiek. Het gaat om de toename van het aantal jongens op de ‘lagere dagscholen’ in de periode van 1875 tot 1915.

Escher waarschuwt ook voor verkeerd gebruik van poppetjes. Zie het voorbeeld hieronder. De omvang van een verschijnsel geef je hier niet meer aan door een aantal poppetjes maar door de grootte van poppetjes.

In de grafiek neemt het aantal jongens op de ‘lagere dagscholen’ in de loop der tijd toe, maar niet zo snel als de grafiek suggereert. Het poppetje voor 1915 is 3,3 keer zo groot als het poppetje van 1875, terwijl het aantal leerlingen slechts met een factor 1,9 is toegenomen. Het probleem is ontstaan doordat de ontwerper over het hoofd heeft gezien dat een poppetje ook breder wordt als het langer wordt. De lengtes kloppen wel, maar de oppervlaktes niet.

Er was nog een ander probleem met deze grafiek. Sommige bekijkers van de grafiek dachten dat de leerlingen in de loop van de tijd steeds langer waren gevonden (door een steeds beter gezondheid). Het zal duidelijk zijn dat Escher het gebruik van deze grafiek ontraadde.

Nog een ander mooi voorbeeld van het gebruik van poppetjes in grafieken is afkomstig van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In de dertiger jaren van de vorige eeuw kwam daar de beeldstatistiek op. Grondlegger daarvan was Otto Neurath (1882-1945), een Oostenrijkse filosoof, econoom en socioloog. Als lid van de Wiener Kreis spande hij zich in voor een betere wereld. Hij vond dat iedereen, en vooral de gewone man, moest kunnen begrijpen hoe de maatschappij in elkaar zat. Maar hij zag ook in dat zulke informatie voor veel mensen saai is en moeilijk te begrijpen. Daarom ontwikkelde hij een systeem van pictogrammen als bouwstenen voor grafieken. Hij noemde dat systeem ISOTYPE (International System Of TYpographic Picture Education).

Neurath had iemand nodig die zijn ideeën kon omzetten in heldere, eenvoudige beelden. Dat werd de Duitse, sociaal betrokken kunstenaar Gerd Arntz (1900-1988). Neurath vluchtte in 1934 naar Den Haag. Later kwam ook Arntz daar naar toe. Beide mannen werkten een aantal jaren voor het CBS. Arntz ontwierp meer dan 4000 symbolen voor gebruik in statistieken en optimaliseerde samen met Otto Neurath de ISOTYPE-methode voor het CBS. Ze ontwierpen pictogrammen voor diverse concepten uit de industrie, demografie, politiek en economie.

De figuur hieronder toont een voorbeeld van een grafiek met pictogrammen gebaseerd op de ISOTYPE-methode van Neurath and Arntz. Deze grafiek stond op de voorkant van het Statistisch Zakboek van het Centraal Bureau voor de Statistiek in 1941.

De grafiek toont de omvang en samenstelling van de werkende beroepsbevolking in 1899 en 1938. Elk symbool staat voor 200.000 personen. De rode personen werken in de industrie, groene personen in de land- en tuinbouw, blauwe personen in handel en verkeer en zwarte personen werken in andere sectoren van de werkende beroepsbevolking.