De peilers deden het goed bij de verkiezingen (behalve dan voor de PVV)

Op 22 november 2023 waren er verkiezingen voor de Tweede Kamer. Het waren spannende verkiezingen, want er waren verschillende partijen die tijdens de verkiezingscampagne goed scoorden in de peilingen, en daarom wel eens de grootste partij konden worden. Het ging vooral om de VVD van Dilan Yeşilgöz, de combinatie GroenLinks/PvdA van Frans Timmerman, de PVV van Geert Wilders, de BBB van Caroline van der Plas en de NSC van Pieter Omtzigt.

Tijdens de laatste week van de verkiezingscampagnes werd er volop gepeild. Die peilingen waren niet stabiel. Daarom bleef het spannend welke partij de grootste zou gaan worden. De tabel 1 hieronder geeft een overzicht van de uitkomsten (in aantallen zetels) van die peilingen voor de vijf belangrijkste partijen in de laatste week voor de verkiezingen.

Tabel 1. Peilingen in de laatste week van de verkiezingscampagne

In de tabel kun je enkele trends onderscheiden: de schattingen voor de GL/PvdA stijgen van 23 naar 28 zetels, de PVV stijgt enorm van 17 naar 29 zetels en de NSC daalt van 26 naar 19 zetels. De al eerder ingezette daling van de BBB zet zich voort: de schattingen dalen van 9 naar 6 zetels.

In de tabel staan ook de omvangen van de steekproeven vermeld. In veel gevallen liggen die zo rondom de 2000 personen. Dat is een goede omvang voor een steekproef. Deze aanpak leidt tot uitkomsten waarvan de onzekerheidsmarge niet boven de drie zetels uitkomt.

Merk op dat de drie onderste peilingen in de tabel op dezelfde dag (21 november) zijn gehouden. Je zou daarom verwachten dat de uitkomsten van die drie peilingen op elkaar lijken. Inderdaad kun je constateren dat de scores nooit meer dan drie zetels verschillen. De verschillen vallen dus binnen de onzekerheidsmarges van de peilingen. Er zijn dus geen significante verschillen tussen de peilers. Ze meten alle drie hetzelfde.

Op grond van deze gegevens moet je vaststellen dat de schattingen voor de VVD, de GL/PvdA en de PVV wel erg dicht bij elkaar liggen. Je kunt dus concluderen dat er sprake is van een nek-aan-nek-race tussen deze drie partijen.

Op de dag van de verkiezingen werd ook een exitpoll georganiseerd. Bij een exitpoll wordt aan stemmers in een steekproef van stembureaus gevraagd wat ze zojuist hebben gestemd.  Dat maakt het mogelijk om meteen na het sluiten van de stembureaus (21:00 uur) met een eerste prognose te komen.

Bij de verkiezingen op 22 november werd in een steekproef van 62 stembureaus in totaal 40.000 mensen geselecteerd. Exitpolls zijn meestal erg nauwkeurig. Dat is hier ook het geval. Vergelijk hiervoor de laatste twee rijen in tabel 1. Alleen voor de PVV is er sprake van een kleine afwijking.

Tabel 2. Verschillen tussen de peilingen en de echte uitslag

Hoe goed deden de peilers het? In tabel 2 vergelijken we de uitkomsten van de laatste drie peilingen met de werkelijk uitslag van de verkiezingen. De blauwe en rode cijfers geven aan groot de afwijkingen zijn tussen de peilingen en de werkelijke uitslag. Voor de blauwe cijfers vallen de uitkomsten van de peilingen te hoog uit, en voor de rode cijfers zijn ze te laag.

De onzekerheidsmarges zijn hier om en nabij de drie procent. Dat betekent dat veel verschillen in de tabel binnen de onzekerheidsmarges liggen, en dus dat er geen sprake is van significante verschillen. Het is allemaal ruis van de steekproef. Bij één partij gaat het wel mis, en dat is de PVV. Als je alle informatie over de PVV bij elkaar bekijkt, dan moet je concluderen dat de PVV ongrijpbaar was voor de peilers. Ze waren niet in staat de plotseling, grote winst van de PPV te voorspellen. Je kunt je afvragen wat de verklaring is van deze misser. Er zijn diverse verklaringen denkbaar:

Een eerste verklaring zou kunnen zijn dat er na de peilingen nog iets gebeurt is wat veel mensen van mening heeft doen veranderen (een ‘Late Swing’). Deskundigen wijzen op de uitspraken van Dilan Yeşilgöz van de VVD dat de VVD misschien wel wil samenwerken met de PVV, terwijl dat eerder een no-go area was.

Een tweede verklaring zou een ‘Shy Wilders Factor’ kunnen zijn: de kiezers durven in de peilingen niet aan te geven dat ze bij de verkiezingen op de PVV gaan stemmen. Dus zeggen ze in een peiling wat anders. Een dergelijk effect is bijvoorbeeld aangetoond bij de Britse verkiezingen (‘Shy Torie Factor’). Nader onderzoek zal moet uitwijzen of een dergelijk effect zich ook bij de Nederlandse peilingen kan voordoen.

Overigens is dit niet de eerste keer dat het gedrag van de kiezers het de peilers moeilijk maakt. Bij de Tweede Kamerverkiezingen op 15 maart 2017 ging het mis bij de VVD. Die partij kreeg uiteindelijk veel meer zetels dan de peilers voorspelden.

Reacties

  1. Wim Kloek schreef:

    Bedankt Jelke, opnieuw erg helder. Ik vraag me alleen af wat de tekst aan het einde betekent: ‘Nader onderzoek zal moeten uitwijzen of …’. Is dat een toezegging, of weet je dat dit onderzoek zal plaatsvinden? Zou je kunnen uitleggen hoe een dergelijk nader onderzoek gedaan kan worden? Het gaat om vertekening in de steekproef of vertekening in de beantwoording. Is het niet zo dat alleen de peilers dit soort onderzoek kunnen doen?

Reacties zijn gesloten.